“De Kliko van de Democratie – Nederland stemt, de bak sluit.”
Door George – Nam Nexum
De stemming is voorbij.
De koffie is op, de potloden liggen weer in hun doos, en de grijze kliko’s ,onze nationale stembussen , zijn teruggebracht naar de gemeentewerf.
Wat afgelopen week nog heilig was, ruikt vandaag weer naar plastic.
Nederland heeft gestemd.
En de uitslag is er: PVV en D66 zijn de grote winnaars.
Twee uitersten, elk met een andere droom van wat dit land zou moeten zijn, maar samen het perfecte bewijs dat Nederland vooral verdeeld is, keurig verdeeld, zoals het ons past.
Het is een wonderlijke vorm van balans: de ene helft van het land wilde vrijheid, de andere vernieuwing, en samen kregen we… stilstand.
Een gelijkspel dat niemand had voorspeld, maar waar iedereen zich meteen in herkent.
Want wat is er Hollandser dan een uitslag waarin niemand echt kan regeren, maar iedereen wel gelijk heeft?
De plastic stemtempel
Er blijft iets aandoenlijks aan dat ritueel van afgelopen week.
Volwassen mensen die met uiterste ernst een vel papier in een kliko stoppen.
Een bak die, laten we eerlijk zijn, gisteren nog restafval verzamelde en morgen weer zal doen.
Maar van de week, voor één dag, was het een altaar.
Er werd zacht gelopen, bijna gefluisterd.
Het deksel ging open, het biljet verdween. Klik.
Dat geluid was even de klop van het hart van onze democratie.
De Nederlander en zijn stemkliko, het is een liefdesverhaal vol wantrouwen.
We geloven in het systeem, zolang het ons uitkomt.
En als het anders loopt, dan “moet er iets mis zijn gegaan bij het tellen.”
Dat is geen cynisme, dat is traditie.
Want ook ons ongeloof is democratisch verdeeld.
De winnaars en de verliezers
PVV juicht. D66 glimlacht beheerst.
En ergens in het midden van het land zegt iemand: “Nou, dat had ik niet verwacht.”
De rest scrollt door de uitslagen alsof ze naar het weerbericht kijkt: het regent, het waait, en morgen schijnt de zon weer.
De talkshows zijn al begonnen met hun eindeloze nabeschouwing.
Wie wint, moet uitleggen waarom.
Wie verliest, mag verklaren dat het “een signaal” is.
En wie twijfelt, krijgt een stoel in het midden en een kopje thee.
Toch is het knap, eigenlijk.
Dat we het telkens weer doen.
Dat we, met ons volle verstand, onze hoop in een container gooien en het systeem het voordeel van de twijfel geven.
Dat we stemmen met één hand, en met de andere onze cynische glimlach in bedwang houden.
De nasleep
Daarna is het stil in de buurthuizen.
De tafels zijn leeg, de stemmen geteld, de stoelen opgestapeld.
Alleen de geur van lauwe koffie en verwachting hangt nog even in de lucht.
De kliko’s zijn weer gewone kliko’s, en Nederland is weer gewoon Nederland.
Toch is er iets moois aan die stilte.
Want ondanks alles, ondanks onze wantrouwen, onze meningen en onze vermoeidheid,
zijn we wéér gegaan.
We hebben gestemd.
En dat is misschien wel de grootste grap van allemaal:
dat we, in een land waar alles ter discussie staat, nog steeds geloven dat één papiertje in een plastic bak het verschil kan maken.
En misschien doet het dat ook.
Niet omdat het systeem perfect is,
maar omdat het ritueel ons eraan herinnert dat we nog steeds durven hopen,
al is het maar voor even, tussen het open- en dichtklappen van een kliko.
Misschien is dat uiteindelijk het mooiste aan de Nederlandse democratie: we kunnen erom lachen terwijl we eraan meedoen. We weten dat de macht versnippert, de debatten zich herhalen en de kliko morgen weer gewoon langs de stoep staat. Maar we blijven komen, we blijven vouwen, we blijven klikken. Want ergens diep vanbinnen hopen we dat er tussen al dat plastic, papier en geduld nog steeds iets zuivers ligt, iets wat niet weg te gooien is. En dat is misschien precies wat ons land bij elkaar houdt: het geloof dat zelfs een kliko iets waard kan zijn, zolang we er met z’n allen onze hoop in blijven gooien.
“Wie zijn stem in de kliko gooit, gooit niet zijn hoop weg, hij bewijst dat hoop ondanks alles nog steeds bestaat.”
